TERUG

 

DRY EYES, DROGE OGEN

 

Als we de term keratoconjunctivitis sicca gebruiken, bedoelen we hiermee droge  ogen.

Deze aandoening komt meer voor bij de hond dan bij de kat.  

Probleem is dat er te weinig tranen aangemaak worden. Als reactie hierop worden er wel meer slijmen geproduceerd, die meestal nogal kleverig zijn. Ze plakken aan de oogleden en ook op de oogbol zelf. De slijmvliezen worden roder en verdikken. Soms zien we ook erge letsels op het hoornvlies. Als de traanproduktie plots daalt, dan is het mogelijk dat de hond meer tekenen van pijn vertoont, bv oogleden toeknijpen. Dan zien we ook vaker letsels in het hoornvlies (ulcers).  

 

Lichte waas  en bloedvaten in hoornvlies.

P>

Uitgebreide troebeling van het hoornvlies.

 

 

Als de daling van traanvochtproductie geleidelijker gebeurt, dan is de pijn meestal minder uitgesproken.

In het eindstadium is er bloedvatingroei in het hoornvlies, littekenweefsel en pigmentafzetting. Dit kan uiteindelijk tot blindheid leiden.  

 

Pigmentafzetting in hoornvlies en slijmprop op oogbol.

In sommige gevallen is niet alleen de traanproductie verlaagd maar wordt er ook minder vocht in de neus gevormd met een droge neusspiegel tot gevolg.

Droge ogen kunnen verschillende oorzaken hebben.

Ten eerste is het mogelijk dat het probleem aangeboren is, en dat de traanklier ofwel onvoldoende ontwikkeld is, ofwel volledig ontbreekt. Deze aangeboren afwijking noemen we: lacrimal gland hypoplasia.

Ook sommige ziekten kunnen aanleiding geven tot KCS, zoals ziekte van Carré (hondeziekte) en herpes.

Andere oorzaken zijn o.a. chronische oogslijmvliesontsteking en bepaalde toegediende medicatie.

Het probleem kan zich ook voordoen bij honden die geopereerd werden van een “cherry eye” waarbij de traanklier van het derde ooglid werd weggenomen. Dit zien we o.a. bij de Cocker, Mastino en Engelse Bulldog.

Bij de Whestie zou het probleem waarschijnlijk immuun-gemedieerd zijn, d.w.z. dat de hond stoffen vormt tegen eigen traanklierweefsel.

Om tot een diagnose te komen, beginnen we met het meten van de traanproductie. Dit gebeurt met een soort papierstrip. Na 1 minuut wordt dan de traanproductie afgelezen. Normaal is de afgelezen hoeveelheid tussen 13 en 23 mm bij de hond en tussen 10 en 20 mm bij de kat. Lager dan 9mm/minuut bij de hond en minder dan 6mm/min bij de kat wordt sicca genoemd. Desnoods wordt er nadien nog een kleuring van het hoornvlies uitgevoerd om na te gaan of er letsels zijn.  

 

Meten van traanproductie bij een hond.P>

 

Meten van traanproductie bij een poes.

Welke behandeling voorgeschreven wordt is o.a. afhankelijk van de afgelezen traanproductie op de papierstrip, de toestand van het hoornvlies en het feit of de eigenaar al of niet frequent medicatie op de oogbol kan aanbrengen.

Tot de standaard-behandeling behoren een spoelvloeistof om de slijmen te verwijderen en kunsttranen in de vorm van druppels, gel of zalf. Meestal worden er ook ciclosporines voorgeschreven om op de oogbol aan te brengen. Dit produkt stimuleert de traanproductie, zolang de traanklieren nog een beetje werkzaam zijn. Ook de bloedvatreactie en pigmentafzetting vermindert in zekere mate door deze laatste medicatie.

Soms wordt er ook nog een produkt via de mond toegediend (pilocarpine) om te trachten de traanproductie te stimuleren. Hierbij moet opgelet worden op mogelijke nevenverschijnselen indien de toegediende dosis te hoog is (vb. geen eetlust,  braken, speekselen, diaree).

In sommige gevallen wordt overgegaan tot een chirurgische ingreep: parotic duct transposision. Hierbij wordt de afvoergang van een speekselklier, die normaal uitkomt in de mond (de parotideus speekselklier-afvoergang) losgemaakt en verplaatst naar het onderste slijmvlies van het oog.

                                   

                                                         Na de operatie is er slechts een kleine wondP>

Voordeel is dat het oog nu wel voldoende bevochtigd wordt. Nadeel is dat speeksel toch verschillend is van gewone tranen. Sommige honden krijgen dan last van afzetting van speekselkristallen op het hoornvlies en de oogleden. Dit is een groot probleem, dat slecht onder controle te krijgen is met medicatie. In sommige gevallen is het daarna noodzakelijk om op de chirurgisch verplaatste speekselafvoergang enkele hechtingen te zetten om minder speekselproductie op het oog te krijgen en zo de afzetting van kristallen te verminderen. Sommige honden krijgen ook last van hun huid op de plaats waar het speeksel vanuit het oog over de bovenkant van de neus loopt, we zien dan een geďrriteerde huid t.h.v. de traanstrepen. 

 

Afzetting van kristallen op de oogleden en op het hoornvlies.

 

Zelfde patiënt, met "speekselstreep" op neusrug.

 

DE OPERATIE

1 Links een droog oog. Let op het taaie slijm op de cornea.

2. Er is duidelijke ingroei van bloedvaten in het hoornvlies, teken dat dit al langer bezig is dan vandaag.

3. Hier zien we al de verschillende bloedvaten

4. Hier zie je duidelijk het verschil tussen het rechter en het aangetaste linker oog.

5. Om de ductus parotideus beter te kunnen zien voeren we een blauwe draad in langs de mondzijde.

6. "bult" te zien van de draad, zo kunnen we ons orienteren om de afvoergang terug te vinden.

7. Nadat we de huid hebben ingesneden zien we duidelijk het blauwe draadje zitten in de ductus parotideus.

8. Papil in de mond van de uitgang van de speekselklier.

9. Hier is de Ductus Parotideus volledig vrijgeprepareerd.

10. Nu wordt er een tunnel gemaakt naar het oog. Via deze tunnel gaan we de ductus parotideus naar het oog brenegen.

11. Via de tunnel wordt een tang ingebracht en kunnen we zo de afvoergang naar het oog halen.

12. De uitrgang wordt vastgehecht in de conjunctivaal zak van het onderste ooglid.

13. Een klein litteken op de wang blijft over na de operatie.

14. Detail van het resultaat na 2 weken. Het oog heeft weer een vochtig aspect en de cornea ulcus is aan het opklaren


 

Typisch voor geopereerde honden is dat de honden beginnen te tranen (speekselen uit het oog) als ze lekker eten ruiken.

Als besluit kunnen we stellen dat de traanproductie beter te veel dan te weinig kan worden gemeten. Vooral bij irritatie van de slijmvliezen en bij letsels op het hoornvlies (ulcers). Daarbij komt nog dat het wegknippen van de derde ooglid-traanklier niet de beste oplossing is bij een cherry eye. Vooral niet bij die rassen die al gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van droge ogen.

                                           

                                             De pijltjes wijzen de plaats aan van de traanklier